Na de zoveelste keer schouderproblemen, bij de 12 km in leeuwarden, heb ik besloten om een stapje terug te doen en me in de BSC wedstrijdklasse te gaan vermaken. Zo spoed ik me op een regenachtige zaterdagochtend naar het oosten. Op naar het altijd bijzondere Gendringen. Bijzonder omdat het weer hier altijd iets bijzonders voor je in petto heeft. Onderweg haal ik een stortbui in die ook op weg is naar het Oosten.

Ik haal mijn wedstrijdshirt en bandje op en krijg ook een chip mee. Met deze chip wordt je online gevolgd op het parcours, dat is leuk voor de thuisblijvers. Vervolgens kleed ik me om en geniet nog even van een kopje koffie in de warme kantine. Dan inlopen onder een het genot van een miezerig regenbuitje. Ik bedenk me dat een petje geen verkeerd idee zou zijn geweest.

Voordat ik vertrek zie ik de JSC-A top binnenkomen. Alex ligt aan kop maar heeft moeite met de zwaailussen. Hij mist een slingertje en landt vervolgens net niet in het net. Hoewel de jury hem niet duidelijk terug roept doet hij, omwille van de eer, het laatste stukje combi opnieuw.

Dan mag ik weg, het miezerbuitje is inmiddels een echte regenbui geworden. Maar we lopen lekker en de eerste 5 hindernissen zijn niet lastig. Dan breekt de stortbui echt los en heb ik al snel geen droge draad meer aan het lijf. Ik kom Frank tegen die op de weg terug is. Omdat ik tempo wil houden kan er niet meer af dan een korte armzwaai en een snelle begroetingskreet. Gelukkig is het eerste deel van de run met de wind mee en gaat het lekker. Wel veel loopstukken in het weiland die door de vele regen al volledig blank staan zodat er niet echt veel snelheid in komt.

Na het keerpunt krijgen we de wind tegen en ik merk nu wel wat afkoeling. De hindernissen blijven goed te doen, maar door de kou ga ik niet zo heel lekker. Dan komen we bij de kano hindernis. Dit gaat lekker en ik haal de nodige draaitollen in (met draaitollen bedoel ik kano-ers die niet op koers kunnen blijven en spontaan achterstevoren gaan liggen). Snel weer lopen want je koelt altijd hard af op en rond het water. Ik probeer het tempo hoog te houden maar door het modderige veld kost dat veel energie. Hierdoor kom ik soms weer lucht te kort zodat ik mijn tempo weer moet vertragen.

De hindernissen blijven gelukkig goed te doen. Veel enkelvoudige hindernissen of korte combiís. Dan komt er nog een stukje enteren op een steigerbuis. Deze is best glad door het regenwater en dat is voor een hoop atleten een brug te ver. Ik heb daar gelukkig geen last van en kan snel doorlopen. En dat is ook hard nodig. Bij de eindcombi is het spitsuur. Vele atleten wachten halverwege bij de zwaailussen. Ook hier zijn de nodige uitvallers. Ik werk me daar snel doorheen, een goede voetklem is toch best handig! Met iets meer dan 1 Ĺ uur looptijd ben ik niet geheel ontevreden.

Met een kopje bouillon ga ik in de rij staan voor de sporttassen. Een dame van de EHBO kijkt me onderzoekend aan. Ze maakt zich wat zorgen. Ik merk dat ik nu heel erg ga trillen en kan de bouillon amper in de beker houden. Gelukkig kan ik snel onder de douche en dan gaat het dan weer beter.

Terugkijkend is Gendringen een mooie run, geen bijzondere hindernissen maar uitdagend door het lopen en de weersomstandigheden. En ook wel bijzonder dat ik, met de nodige jaren ervaring, toch nog een inschattingsfout heb gemaakt bij de kleding. Ik had voor een waterdicht laagje moeten zorgen.

Mark van Zeijl