Gendringen 2014 zou mijn eerste run worden. Gelukkig niet alleen – sommige eerste keren moet je samen doen: Patrick en Robert liepen mee. De 8 km recreatief op zaterdag, in het tweede startblok om 11:30. Da’s eigenlijk wel lekker, dan hoef je niet al te vroeg je bed uit (het blijft tenslotte weekend!).


Al carpoolend op de A12 de eerste beschouwingen. De buienradar voorspellingen zijn niet heel hoopvol, en de weilanden liggen vol plassen. We zullen toch niet al te smerig worden? Ingehaalde auto’s worden gecontroleerd op mogelijke concurrentie – ze moeten wel ook naar Gendringen gaan, wie zit er anders al zo vroeg op de snelweg? Een auto vol kerels met mutsen op zijn volgens Robert ongevaarlijk – dat zijn schaatsers, dat zie je zo… Aangekomen bij Gendringen blijkt de auto per toeval op een steenworp afstand van de start te zijn geparkeerd. De eerste warmlopers komen voorbij, en het regent al ietsje minder. Het startvak en de “Eindbaas” liggen naast elkaar, en met lichte nervositeit slaan we wat wedstrijdlopers gade die zich op die eindbaas stukbijten. Een tarzan-hindernis met (maar?) 3 touwen – dat zou niet al te veel problemen moeten opleveren. Toch zit er iemand na een poging of 6 wat ongelukkig naar te kijken. Een beetje nervositeit slaat toe. Shirtje opgehaald, Thijs & Susanne tegengekomen en een cappuccino gedronken. Omgekleed bij de atletiek vereniging een eindje verderop. Daar begint de twijfel van de mannen zonder ervaring. “Wat trek jij aan?”. “Een buffje om?”, “gele Fit shirt aan”? Thijs raadt het gele Fit shirt subiet af. Dat krijg je nooit meer schoon. Een goede tip bleek later… De pot met uierzal verschijnt. Dat was dan weer een tip van Vincent, die zou moeten helpen tegen een koude buik bij nattigheid. Er is nog tijd voor een wetenschappelijk opgezette proef: de ene onderarm wel insmeren, de andere niet, en dan zien welke arm warm blijft. Je houdt er overigens wel zachte (en gladde!) handen aan over… Bij het startvak komen we Susanne, Thijs en nu ook Saskia weer tegen. Die laatste twee starten in dezelfde startgroep, Susanne moet wachten tot na twaalven. Weer een blik op de eindbaas – zo moeilijk kan dat toch niet zijn? Exact op tijd mogen we weg. Eerste hindernis is zagen. Niet te dik zagen wordt benadrukt, en inderdaad – een te dikke plak past niet in de ton verderop en dan mag je terug. Na het zagen even rustig inrennen en wat standaard hindernissen met netten en touwen. Al snel gaat ‘t pad de akker in. Bij de eerste plassen doen we nog moeilijk – hopen droog te blijven. Een moerassig deel maakt aan dat idee snel een einde: tot je knieën in de modder. Even verderop tot je heupen, en ach, wat maakt ‘t ook uit. De wind maakt het wel koud in het open veld. Hele einden baggeren we door akkers, klei en stukgelopen grasland. Dan is het wel fijn om met z’n drieën te lopen – samen foeteren is leuker! Middenin het open veld meer hindernissen: een stuk tarzan, dan onder een schot door en met handgrepen in een plank eraf. De drukte bij de hindernis zorgt voor oponthoud en de nodige frustratie. Lastig om te moeten wachten op iemand die wil uitrusten, zeker als je zelf in een niet al te comfortabele positie hangt. Al stuivertje wisselend met een andere groepje nemen we de 8 km. Zij lopen harder, wij zijn sneller bij de hindernissen. Zo kom je elkaar telkens weer tegen… Er zitten erg mooie hindernissen tussen die bijna een feestje zijn om te nemen. De mooiste vind ik een horizontaal net gespannen boven een water op 5 meter hoogte. Apenhang of catcrawl er naar toe, over het net en apenhang naar de kant. Daar wordt een mens blij van! Bij andere hindernissen wordt er duidelijk gefilterd op je shirt kleur. Witte shirts mogen bijna halverwege instappen, en er bijna halverwege al weer uit. Oranje moet alles. Zo verwordt een flinke hindernis “straat” tot een kort “weggetje”: apenhang met slap net in plaats van de moeilijke dingen. Volgende keer BSC om alles te mogen doen? Kano’s mogen we ook overslaan. Na een lange apenhang over een water komen we weer in beschutter terrein. Over een boerenerf, door een stuk bos naar het boogschieten. Dat ging mis, maar de strafronde stelt gelukkig niet veel voor. We lopen nu tegen de 5 km recreantenstroom in, iets waar Susanne nog redelijk wat last van zal hebben. Zagen en hakken rennen we voorbij. Apenhang aan een steigerpijp wordt soepeltjes genomen. Het eind is in zicht! De eindhindernis zit volgens mij meer tussen de oren dan dat ‘ie echt moeilijk is – tenminste, de enige die ik gezien heb dan. Oranje en witte shirts twijfelen en wachten samen af. Maar lastiger dan wat we bij Fit hebben hangen is het niet. Ik tarzan snel naar de finish, Patrick en Robert volgen op korte afstand. Wat een heerlijk gevoel! Met z’n drieen even lachen naar de fotograaf, kippensoepje erbij en kijken naar de tijd: 1:28 – we klagen niet… dirty as hell :) De sterke verhalen komen al op weg naar de douche. Groots waren de hindernissen! Moeilijk ook! En wat waren we goed ;-). Met kleren aan onder de douche. Een modderstroompje loopt uit de broekspijpen. Thijs komen we even later ook tegen. Hij en Saskia liepen niet ver achter ons, op 1:38. Susanne komt ook binnen, maar had stevige last van huilende jongetjes voor zich die haar ophielden bij de hindernissen. Voor een eerste keer was dit een erg mooie loop! De afstand viel niet tegen, de sfeer was prima en de hindernissen zaten goed in elkaar. Alleen de resultaten van de uierzalf test gaven niet direct de doorslag – er is nog een extra proef nodig. Wat wordt de volgende loop? Henk-Jan Schuver foto’s en filmpjes van de RUC wedstrijd op zondag vind je hier!